De vraag die HR nu moet stellen: hoe snel leert deze medewerker?

Een Skills Cloud beantwoordt één vraag: wat weet deze persoon? Het Unified Talent Schema voegt daar een gevalideerde laag aan toe: klopt dat label eigenlijk? Maar geen van beide beantwoordt de vraag die er nu het meest toe doet: hoe hoog is de leersnelheid van deze medewerker?

Dat is geen filosofische vraag. De halfwaardetijd van een technische vaardigheid stort in — wat je nu weet, is over twee jaar grotendeels achterhaald. De halfwaardetijd van een cognitief profiel doet dat niet. Organisaties die aannemen op bewezen kennis, kopen een dalend activum. Organisaties die aannemen op leervermogen, kopen een optie. Daarom wordt de leersnelheid van een medewerker de belangrijkste metriek in je talentsysteem. Wij noemen die de Acquisitiesnelheid, RoA (Rate of Acquisition).

 

RoA: de leersnelheid van een medewerker meetbaar maken

RoA is een schatting, uitgedrukt in tijd-tot-bekwaamheid, van hoe snel iemand van nul naar functionele beheersing komt in een nieuw vakgebied. Die schatting is alleen betrouwbaar omdat ze steunt op gevalideerde psychometrische meting, niet op zelfrapportage. De vraag verschuift daarmee fundamenteel: niet “wat heeft deze medewerker gedaan?”, maar “waartoe is deze medewerker in staat, met de juiste begeleiding?”

Dat onderscheid raakt precies de groepen die een Skills Cloud nu structureel mist. Carrièreswitchers worden beoordeeld op het vak dat ze achterlaten. Herintreders hebben een “gat” in hun data dat wordt gelezen als gebrek aan capaciteit. Oudere medewerkers dragen verouderde tools in hun profiel. Dat is precies het soort blinde vlek dat ontstaat wanneer AI cv’s als waarheid behandelt in plaats van als vertrekpunt. RoA kijkt niet naar wat iemand ooit deed, maar naar wat iemand nu kan leren — en brengt zo juist het talent in beeld dat een op het verleden gerichte Skills Cloud over het hoofd ziet.

 

 

Drie lagen die samen de RoA bepalen

RoA is geen losse score, maar de uitkomst van drie onafhankelijke metingen.

Op persoonsniveau meet je hoe snel iemand in het algemeen leert. Vloeiende intelligentie legt het cognitieve plafond vast: hoe snel iemand onbekende informatie kan opnemen en toepassen. Daarnaast telt een gedrags- en motivatieprofiel mee: staat iemand open voor verandering, werkt iemand consciëntieus door de moeizame middenfase van een leercurve, past iemand de aanpak aan als de eerste aanname niet blijkt te kloppen, en is er de intrinsieke drang naar uitdaging en groei die iemand na de eerste tegenslag laat doorzetten.

Op vaardigheidsniveau meet je hoe moeilijk de vaardigheid zelf is om te ontwikkelen, los van wie hem leert. “Klantgericht handelen” reageert snel op feedback en oefening. “Een visie ontwikkelen” vraagt cognitieve flexibiliteit en jarenlang opgebouwd oordeelsvermogen, en is voor iedereen structureel trager te leren. Dat verschil krijgt een eigen waarde: de Ontwikkelbaarheidsindex.

Op het niveau van persoon én vaardigheid samen meet je de Vaardigheidsnabijheid: hoe dicht ligt wat iemand al kan bij de nieuwe vaardigheid? Iemand die aansluitend werk heeft gedaan profiteert van overdraagbare kennis; iemand die een grotere sprong maakt, leert de basis en de vaardigheid tegelijk.

Omdat deze drie lagen los van elkaar meewegen, levert RoA voorspellingen op die niet voor de hand liggen. Iemand die op papier al dicht bij de nieuwe rol staat, kan toch een lage RoA hebben als de onderliggende basis zwak is. Iemand die juist een grote sprong maakt, kan een hoge RoA hebben als het cognitieve plafond en de motivatie sterk zijn. Precies dat maakt RoA een instrument dat verborgen talent zichtbaar maakt, in plaats van bevestigt wie al vooraan stond.

 

Wat “bekwaamheid” hier betekent

RoA voorspelt tijd tot bekwaamheid — maar dan moet bekwaamheid wel iets betekenen. Die wordt hier gedefinieerd op basis van gedrag, niet op zelfrapportage of functietitel: iemand is bekwaam in een vaardigheid zodra hij betrouwbaar de gedragsindicatoren laat zien die bij die vaardigheid horen. Het sterkste instrument om dat vast te stellen is een beoordeling door meerdere collega’s die het werk direct zien, gekalibreerd op diezelfde gedragsindicatoren. Zonder zo’n multi-rater beoordeling blijft RoA een waardevolle voorspeller, te toetsen aan wat er al aan beoordelingsdata is — een managerbeoordeling, een functioneringsgesprek, een certificering. Maar de meest solide onderbouwing ontstaat wanneer de voorspelling wordt teruggekoppeld aan wat mensen daadwerkelijk laten zien.

 

Eén voorspelling, twee heel verschillende toepassingen

Een leersnelheid is geen neutraal gegeven. Dezelfde score die zegt “investeer in deze medewerker” kan net zo makkelijk worden gebruikt om iemand voor te sorteren bij een reorganisatie, of ontwikkeling te onthouden aan wie “te langzaam” zou leren. RoA is een voorspelling, geen vonnis — en wie het als vonnis behandelt, doet een medewerker onrecht. De vraag is dus niet óf je met RoA gaat werken, maar of je vooraf vastlegt waarvoor: ontwikkeling en mobiliteit, nooit automatische deselectie.

 

Wat betekent dit voor jou als HR-professional?

Zodra je de leersnelheid van een medewerker kunt meten, verandert wat je met leerbudget, mobiliteit en de directie kunt.

  • Je voorspelt de leersnelheid van een medewerker in plaats van te gokken. Je ziet wie een nieuwe technologie in enkele weken onder de knie heeft, wie er maanden voor nodig heeft, en voor wie het curriculum eigenlijk niet is afgestemd — vóórdat je het budget hebt uitgegeven.
  • Je zet opleidingsbudget gerichter in. Niet iedereen in dezelfde functiegroep krijgt hetzelfde programma; je traint de mensen met de sterkste combinatie van leervermogen en vaardigheidsnabijheid, ongeacht functietitel of leeftijd.
  • Je onderbouwt interne mobiliteit met meer dan een onderbuikgevoel. Een medewerker die op papier ver van een rol af staat, kan een reële kans krijgen als zijn RoA dat rechtvaardigt — precies het soort beslissing dat je nu nog niet kunt uitleggen.
  • Je maakt de keuze omscholen of inhuren cijfermatig. Voor elke nieuwe competentie kun je zelf opbouwen naast extern werven leggen — met een bandbreedte die standhoudt in het gesprek met de directie. Lees meer in omscholen of inhuren: hoe onderbouw je het advies aan de directie?
 

RoA beantwoordt niet de hele vraag. Wie bepaalt of een score wordt gebruikt om te ontwikkelen of om af te rekenen, blijft mensenwerk. Daarover meer in de volgende blog.

 
Dit is het vijfde deel in onze reeks over het Skill Soup-probleem. In het vorige deel lieten we zien hoe je psychometrie aan skills-data koppelt via het Unified Talent Schema. In de volgende blog gaan we in op hoe je het in een gesprek uitlegt als het algoritme iets anders zegt — het belang van menselijke tussenkomst in de praktijk.
 
 

Wil je weten hoe RoA is opgebouwd binnen het Unified Talent Schema?

Lees de whitepaper Hoe lossen we het Skill Soup probleem op?

Of neem contact op.

 

Alles weten over online assessments?

Download ons gratis e-book: we leggen je alles uit over assessment software en talentmanagement. 

gratis ebook over recruitment software en assessment software 5J
Subscribe

"*" geeft vereiste velden aan

Recommended Posts

Recent Articles

Twee collega's in gesprek: de ene geeft een vage complimentopmerking, de andere een concreet voorbeeld volgens de SBI-methode — het verschil tussen feedback geven en ontvangen zonder of met toelichting

Goede feedback bij een 360 rapport benoemt drie dingen: de situatie waarin het gedrag zich voordeed, het gedrag zelf, en...

Vijf portretten van dezelfde vrouw met net iets andere gezichtsuitdrukkingen, als beeld voor de sterke punten en blinde vlekken die een 360 graden feedbackrapport blootlegt

Een 360 feedbackrapport dat je alleen ontwikkelpunten laat zien, gebruikt maar de helft van de data. Per competentie laat een...

Vrouw bekijkt zichzelf in de spiegel, omringd door portretten die net iets anders ogen — blinde vlekken en sterke punten zichtbaar maken met 360 graden feedback

Geen enkel ander HR-instrument legt in één keer zoveel bloot als 360 graden feedback: wat je niet ziet, wat je...